Nieuwsbrief



Problemen met populisme (2002-)

In de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002 maakte Dijkstal als lijsttrekker vaak een matte en weinig inspirerende indruk, vooral in debat met Fortuyn. Hij had zichtbaar moeite met het nieuwe populisme. De VVD had al bij de gemeenteraadsverkiezingen fors verloren en raakte in mei 2002 veertien van haar 38 zetels in de Tweede Kamer kwijt - vooral aan de LPF. Dijkstal legde zijn functie neer en werd als fractievoorzitter opgevolgd door G. Zalm, die in de paarse kabinetten minister van Financiën was geweest. Hoewel de VVD als één van de grote electorale verliezers van de verkiezingen niet stond te trappelen om weer te gaan meeregeren, trad zij uiteindelijk toch toe tot de coalitie met CDA en LPF. Dit eerste kabinet-Balkenende zou echter al in oktober 2002 ten val komen.

Bij de vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen in januari 2003 wist de VVD onder leiding van Zalm vier zetels terug te winnen (voornamelijk ten koste van de LPF). Het bleek echter wat voorbarig om van een electorale opleving te spreken, aangezien de liberalen bij de Provinciale Statenverkiezingen en dientengevolge bij de Eerste-Kamerverkiezingen in 2003 evenals bij de Europese verkiezingen in 2004 opnieuw zetels moesten inleveren. De VVD betaalde zo wellicht een prijs voor de deelname aan het tweede kabinet-Balkenende. Bovendien leek zij regelmatig intern verdeeld over de te volgen koers en het politiek leiderschap. Zalm was opnieuw minister van Financiën geworden en als fractievoorzitter in de Tweede Kamer in 2003 opgevolgd door J.J. van Aartsen, die minister in de paarse coalitie was geweest. Mede ten gevolge van het dualisme tussen kabinet en kamerfractie dat de VVD voorstond, werd niet duidelijk wie nu het politiek leiderschap van de partij in handen had. Pas in 2004 bestempelde de algemene ledenvergadering Van Aartsen tot ‘politiek aanvoerder'.

Van Aartsen gunde zijn fractieleden veel vrijheid, soms ten koste van de eenheid. Met name de kamerleden A. Hirsi Ali en G. Wilders voerden vaak een eigen koers, vooral in hun kritiek op uitingen van de islam. Wilders scheidde zich in september 2004 af van de VVD, vooral vanwege haar instemming met een Turks lidmaatschap van de Europese Unie, en kondigde vervolgens aan een nieuwe partij te zullen oprichten die ‘fatsoenlijk, rechts en sociaal' zou zijn. Populistische kritiek op de politieke elite schuwde hij daarbij niet.

De VVD stelde in 2005 een nieuw beginselprogram vast. Het nieuwe liberaal manefest legde nadruk op vrijheid en veiligheid, maar bevatte ook vèrgaande voorstellen voor versterking van de democratie, zoals directe verkiezing van de minister-president en invoering van een referendum (zij het met de nodige voorzichtigheid). De staat zou zich op economisch gebied moeten beperken tot de rollen van (regelgevende) marktmeester en (voorwaardenscheppende) terreinknecht en zo min mogelijk als medespeler optreden. Nationale trots mocht meer nadruk krijgen in het onderwijs.